Gedicht I

Allard,

Je was er,
vrijwel vanaf het begin dat ik in je stad ben
Waarna we vrienden,
en je vrienden mijn vrienden zijn.

Ik hoor je nu schateren,
op een terras of op je opening,
Waar je dan verwacht of onverwacht komt,
en-of gaat.
Zie je nu ook nog zwijgend in,
of vanuit een hoek luid,
tussendoor ontwijken.

Of juist thuis, met eerst koffie dan bier
Waarmee dan je werk, mijn werk,
tussen neus en lippen door je,
je passie gedoseerd bewees
En je enthousiasme over je verzameling werkjes,
van overal en anderen toont

En met je, door je, mee naar Sparta, natuurlijk,
toen ook nog Feyenoord op terras en roken in de Sluis
Zag ons dan bijna sprakeloos, bijna vanzelfsprekend genietend
En volgende week zocht ik je weer.

Denk dat je mijn enthousiasme voor dingen,
wel begrijpt of misschien ook niet, soms
het alleen niet kon delen
Want begrijp ik je, vaak,
nooit echt ergens comfortabel zijn?

Onbegrip en-of begrip,
Is niet alles, zeg je me
Maar Allard , mijn vriend,
Ik ga je missen

Jou nooit meer verder,
is hard slikken

Tot dan,
M