Opening speeches

speech Hans Broek
vriend Allard, Oud Veenendaler, Verlaat Ateliers, beeldend kunstenaar

Hans BroekWe zijn, zonder Allard, samen in Veenendaal, vlakbij het gebouw van Verlaat Ateliers, waar het allemaal begon. Allard heeft het uiteindelijk gedaan. Een daad waarvan hij zei dat hij er de moed niet voor had. Ik heb respect voor zijn beslissing, hoewel ik het elke dag jammer vind dat ik hem niet meer kan spreken. Laten we Allard eren voor de persoon die hij was, een goede vriend, een goede kunstenaar, genereus, humoristisch, intelligent en een man van daadkracht, een daadkracht die hem uiteindelijk parten heeft gespeeld.

Allard introduceerde me in de moderne kunst. Een wereld waarin een kunstenaar vrij is en alles kan doen wat hij wil. Dat was een genereus geschenk. Kunst is een wereld waarin je dingen kan doen die mensen aan het denken zet, en waarin de kunstenaar zelf aan het denken wordt gezet. Je kunt dingen ontdekken waarin je jezelf kunt herkennen, alsof je een spiegel voorgehouden wordt. Maar waarin je soms ook perplex staat, omdat je gewoon niet begrijpt wat je ziet en daardoor soms iets nieuws ontdekt. Die wereld van moderne kunst, dat was de grote gift van Allard aan mij, waarvoor ik hem eeuwig dankbaar ben.

Het was eind jaren ’70 dat ik Allard voor de eerste keer ontmoette tijdens het inschrijven voor de gitaarles aan de muziekschool tegenover cafe Vonk. Ik zag Allard naast zijn moeder staan, een magere jongen die duidelijk geen doorsnee persoon was. Hij kwam over als een serieuze en intelligente persoon, die ook makkelijk mensen aan het lachen kon maken. Een bijzondere eigenschap. We kwamen bij elkaar in hetzelfde klasje van mevrouw Waskowsky, die wij allebei wel leuk vonden. Er werd gelachen maar er werd ook hard gestudeerd op de muziek.

Na de muzieklessen ging ik soms met hem mee naar huis, waar hij zijn kunst liet zien. Het was kunst die ik niet begreep, wat ook niet de bedoeling was. Sommige kunst heeft geen uitleg nodig en breekt met traditionele regels. Allard had een passie voor absurde beelden, schijnbaar zonder betekenis. In zijn soms shockerende werk, waarin uit elkaar gesloopte barbiepoppen een plek kregen in een glazen kistje, wat ook draagbaar was stond hij duidelijk in de traditie van Duchamp, een van de allerbelangrijkste en invloedrijkste kunstenaars van de 20e eeuw die in NL helaas nooit op veel waardering heeft kunnen rekenen. Allard had misschien in een land als Engeland veel meer op zijn plaats geweest met kunstenaars als Damien Hirst en de Chapman Brothers.

Allard was ook een heel gevoelige persoon, ook al liet hij dat bijna nooit merken. Een paar weken geleden vertelde een vriendin mij dat Allard zich gekwetst had gevoeld dat ik niet kon begrijpen dat hij soms zo somber was en dacht aan zelfmoord. Dat ging over 30 jaar geleden. Jammer dat Allard en ik dat niet hebben kunnen bespreken. Hebben we geen telefoon? Email?

De menselijke eigenschap om niet te praten over pijnlijke of moeilijke zaken heeft er zeker toe bijgedragen dat Allard er nu niet meer is. Hadden wij als zijn vrienden meer openlijk kunnen praten over de oorzaken van zijn zelfmoord, zijn depressie of misschien psychose, dan had hij meer support gehad van zijn vrienden en professionals.
Maar nee, tot op de dag van vandaag wordt Allard vaak gezien als een lolbroek, waar je mee kon lachen en die depressie, nee, daar hebben we het niet over.

Weet je, voor mij was het een raadsel! Hoe kan iemand die zo populair, intelligent en succesvol is toch kampen met een zware depressie? Als broekie van 20 had ik er geen kaas van gegeten, hoewel depressie ook in mijn familie voorkomt. Wat was de oorzaak van zijn zelfmoord? Depressie? Psychose? Zijn psychologisch isolement? We hebben een belangrijke vriend verloren. Heel erg jammer dat het zo is gegaan met Allard.Verschrikkelijk, kun je ook zeggen.

Voor mensen die zelfmoord plegen is het alsof ze op een hoge verdieping staan van een brandend flatgebouw. De vlammen komen steeds dichterbij. Hij staat bij het raam, heeft de mogelijkheid om er uit te springen. De sprong is iets minder angstaanjagend dan om levend verbrand te worden. Het springen uit het raam is de enige mogelijkheid om zich te ontdoen van de vlammen.De vlammen zijn de gedachten van isolement, de depressieve, negatieve gedachten, vastzitten in het verleden. Ik begrijp dat nu, veel te laat.

Ik wil in deze cultuurfabriek een bijdrage leveren om de cultuur te veranderen, dat we opener kunnen zijn naar elkaar om meer bewustzijn te creëren voor ‘verboden’ onderwerpen als depressie en zelfmoord. Zoiets werkt preventief.Laten we Allard ook op die manier eren.

speech Henk van den Heuvel
vriend Allard, auteur ‘Dadaman’, Oud Veenendaler, Verlaat Ateliers

Henk van den HeuvelVorige week schreef Martin Brink in De Rijnpost een stukje over het boek DADAMAN onder de kop Dadaman versus de Veenendaalse bom. Het gaat hierin over een gebeurtenis van inmiddels 35 jaar geleden toen er in het centrum van Veenendaal een nachtelijke explosie was waarbij vele ruiten aan de markt aan diggelen gingen. Dat deed letterlijk en figuurlijk een hoop stof opwaaien. Niemand wist aanvankelijk wat, laat staan wie de explosie veroorzaakt had. Totdat er bovenop het dak van het braakliggende Hotel de Korenbeurs aan de markt een groot gat ontdekt werd. Allard en ik roken de publiciteit. In DADAMAN is te lezen hoe we zelf de aandacht naar ons toetrokken, hoewel we niets met de explosie te maken hadden. We vertelden een reporter van de radio dat we een visioen gehad hadden waarbij we de profeet van de dadaïsten met een enorme knal bovenop het dak van de Korenbeurs hadden zien nederdalen. Deze framing, zoals we dat tegenwoordig noemen, paste Veenendaal als een maatkostuum. En de pers haakte er tot ons grote genoegen op in.

Toen de volgende dag in De Vallei en De Rijnpost ‘onze profeet’ in de krant noemde, waren we dik tevreden. We wilden met deze publiciteit aandacht vragen voor de positie van jonge kunststudenten in Veenendaal. Voor onszelf dus. Want we waren op zoek naar atelierruimte. Toen bleek dat de eigenaar van De Korenbeurs niet bereid was om met ons te spreken (we werden door hem ‘twee punkachtige figuren’ genoemd) gingen we naar andere ruimte kijken. Nu stond er nog een groot pand in het centrum van Veenendaal leeg: de Hollandia wol- en sokkenfabriek van de gebroeders Van Leeuwen. In de Veense volksmond: de mussenfabriek.

Hierover staat iets in het boek DADAMAN dat ik nu zal voorlezen :

“We hadden publiciteit gehad maar nog steeds geen atelier in Veenendaal. Dat veranderde toen Allard in Hotel Vonk een ontmoeting had met Eddy Out. Zijn ex-klasgenoot Hans Huitinck studeerde bouwkunde aan de kunstacademie in Arnhem en sloot zich aan. Er werd een plan opgesteld: Midden in het centrum van Veenendaal stond de voormalige Hollandiafabriek al jaren grotendeels leeg. Aan de voorzijde zat het jongerencentrum Akropolis. Het achterste deel van de fabriek werd als showroom gebruikt door meubelzaak Van Ekeris. Er was ook nog een deel waar iedere zaterdag een vlooienmarkt gehouden werd. Maar het hele middenstuk, waaronder twee enorme fabriekshallen en de directiekamers op de eerste verdieping aan de voorzijde stonden leeg.

Allard en ik hadden al eens geprobeerd om ons toegang te verschaffen in het leegstaande deel van de fabriek. Daarbij waren we per ongeluk terecht gekomen bovenop het dak van de meubelshowroom. Het gevolg was dat we werden opgemerkt door een patrouille en dat er onder ons al gauw twee politieauto’s verschenen. We zijn toen via de daken naar de leegstaande voorzijde van het gebouw gevlucht. Zagen ze ons nu al aan voor twee inbrekers?! Nergens konden we via het dak het gebouw inkomen. Alles was potdicht afgesloten. Tenslotte waagden we een afdaling aan de zijkant van de fabriek. Geen van beiden hadden we hoogtevrees maar een lolletje was het niet.

Het was een verroeste ijzeren ladder die we vanaf de vierde verdieping af moesten. Vier meter boven de grond hield de ladder op. We moesten drie verdiepingen omlaag klauteren, vervolgens aan de laatste sport gaan hangen en onszelf dan ruim twee meter laten vallen. Het ging goed. Maar we zaten in een doodlopende weg (het hek aan de voorkant zat dicht) en aan de achterkant stonden nog altijd twee politieauto’s. We besloten in jongerencentrum Akropolis een biertje te gaan drinken. Het was immers vrijdagavond en dan was er altijd een soort van disco. Toen we goed en wel achter de bar zaten, kwamen er twee agenten achter ons staan. We keken om. ‘Het gaat om jullie twee!’ We moesten meekomen en werden de politieauto ingeleid. Het politiebureau was vlakbij. Daar werden we eerst gevraagd onze zakken te legen. We legden de inhoud van onze broekzak op tafel. Allard gebruikte in die tijd kleurige kinderzakdoekjes met konijntjes erop enzo. De agenten werden even van hun à propos gebracht. Allard was goed in ontregelen. Ook al deed hij dat niet altijd bewust. Toen keek een van de agenten mij even onderzoekend aan. Je kon zijn gedachten lezen. Ook dit verhoor was voor de politie in Veenendaal niet succesvol. We bleken niet strafbaar.“

Nu we hier allemaal aanwezig zijn, de wethouder, de mensen van de Cultuurfabriek en de familie, vrienden en bekenden van Allard, lijkt het me een goed moment om een kort pleidooi te houden. We staan hier aan het Kees Stipplein. Het restaurant hier heet ‘Met Stip’ . Overal in het centrum van Veenendaal en ook hierbinnen, kom je op plexiglasplaten korte gedichten van Kees Stip tegen. Allard liet zich rond 1981-1982 veel gedichten schreef graag door hem of Trijntje Fop (want ook dat is Kees Stip) inspireren. Zo schreef hij het gedichtje krom:

krom is niet schuin
krom is niet recht
krom is een gevecht
tussen schuin en recht

Dit lijkt in eerste instantie een onnozel gedichtje. Maar schijn bedriegt. Misschien heeft Allard nog meer de ziel van zijn geboorteplaats weten bloot te leggen als Kees Stip ooit gedaan heeft. Met een beetje fantasie, en natuurlijk hebben we dat, zou je hier de strijd tussen rekkelijken en preciezen kunnen vermoeden. We kunnen er zelfs de gereformeerde dominee uit Allards jeugd in horen:

krom is een geveeeecht…. Tussen schuin…. en recht!

Dit kleine gedichtje moet echt een plekje krijgen in het centrum van Veenendaal. Bijvoorbeeld op de schoorsteen van de fabriek. Allard, die zich altijd moedig toonde, klom ooit eens helemaal tot bovenaan in de pijp. De schoorsteen staat hiernaast nog steeds, al kunnen we deze op dit uur niet zien. Het is nu een gedenknaald die ons herinnert aan het oude industriële Veenendaal, het is cultureel erfgoed. Wat zou het goed zijn om dit culturele erfgoed te combineren met het kolderrijmpje, dit extra light verse van Allard dat toch ook de Veense identiteit onthult. Daaronder zijn naam en de tekst:

Hier klom Allard Budding ooit omhoog.